FIS punten voor Nederlandse skispringers
Na een succesvolle zomer met de eerste FIS punten moesten de Nederlandse skispringers aantonen ook op sneeuw uit de voeten te kunnen. Om uit te komen op het WK onder 23 moet er vormbehoud getoond worden in de winter.
De eerste gelegenheid hiervoor was in het Noorse Notodden. In Noorwegen werd zowel een heren FIS als ook een dames COC wedstrijd gehouden. Namens Nederland namen daar Wendy Vuik en Lara Thomae aan deel. Beide dames scoorden op deze schans een aantal jaren geleden ook hun eerste FIS punten. Inmiddels hebben Thomae en Vuik een vaste plaats verworven in de subtop van het dames skispringen. Ook in 2009 sprongen de oranje vrouwen in de punten. Lara Thomae behaalde een 27e en 29e plaats. Wendy Vuik een 28e en 26e plaats.
De mannen Ruben de Wit en Oldrik van der Aalst, die op dit moment wat wisselende resultaten laten zien in de trainingen, hadden het moeilijk in de eerste wedstrijd. Geen plaats bij de eerste dertig en dus ook geen punten. Een dag later verliep de wedstrijd beter. Van der Aalst stond na de eerste ronde op plaats 24. De tweede sprong bracht Oldrik niet wat hij gehoopt had, hiermee zakte hij terug naar plaats 29. Het uiteindelijke doel werd hiermee wel gehaald, FIS punten binnenhalen en hiermee vormbehoud tonen. Teamgenoot Ruben de Wit viel tweemaal net buiten de top 30.
Wisselende resultaten, hele verre sprongen afgewisseld door veel minder goede, is een bekend verschijnsel bij jonge skispringers. De Wit (14) en Van der Aalst (14) zitten beide midden in zo'n fase. De sport vergt een perfect balans van het lichaam tijdens de afsprong en de vlucht. Door groeispurts in de pubertijd verandert het zwaartepunt van het lichaam van de springer. Dit maakt het erg lastig en vergt continu aanpassingen in de techniek.
« terug

















