Wat is skispringen

Heel veel kinderen kijken op 1 januari naar het skispringen in Garmisch-Partenkirchen zonder te beseffen hoe het precies in zijn werk gaat. Daarom geven wij hieronder een korte uitleg van de basisbegrippen bij het skispringen.


K-punt

Om te beginnen zijn er individuele- en teamwedstrijden, op een K90 of een K120 schans. De K staat voor het kritische punt, de plek in het landingsgebied waar de constante helling overgaat in het vlakkere gedeelte. Tot dit punt landt de springer het veiligst. De afstand tussen het einde van de schans (de afzet)tot dit kritische punt (K-punt) is bij een lage schans 90 meter en bij een hoge 120 meter, vandaar K90 en K120.


De sprong

De sprong is onderverdeeld in vier stappen (zie figuur):
1 De aanloop: de springer maakt snelheid door zijn aërodynamische houding.
2 De afzet: de knieën en lichaam worden gestrekt in een snelle soepele en aanvallende beweging.
3 De vlucht: de ski's staan gespreid in de V-vorm. Hiermee is een grotere afstand haalbaar dan klassieke parallel vorm (bijna 3 sec. langer in de lucht).
4 De landing: de ski's gaan in telemarkpositie; de ene voet voor de ander en de knieën gebogen om bij de landing te remmen. 


Jurering

De springers maken twee sprongen. Vijf juryleden geven elk maximaal 20 punten voor de uitvoering van de sprong; de hoogste en laagste scores worden vervolgens niet meegerekend. De overige drie scores worden opgeteld bij de behaalde punten voor de afstand, en die som is de totaalscore. Landt de deelnemer op het K-punt, dan krijgt hij voor de afstand 60 punten. Landt hij ervóór, dan kost hem dat per meter 2 punten. Landt hij erachter, dan krijgt hij er 2 punten per meter bij. Bij de K90-schans scheelt het 1,8 punten per meter.


Nu wordt het kijken naar skispringen nog leuker!



« terug